10/2019

Hybride of plug-in hybride: hoe zit dat nu eigenlijk?

Er zijn heel wat soorten hybride systemen, maar één ding hebben ze gemeenschappelijk: ze combineren een klassieke verbrandingsmotor met een elektrische aandrijving. De bedoeling is dat beide soorten motoren hun eigen sterktes inzetten om de zwakke plekken van de andere op te vangen. Zo gaan elektromotoren 4 tot 5 keer efficiënter om met de beschikbare energie dan verbrandingsmotoren, dus hoe groter het aandeel van de elektrische aandrijving in elke rit, hoe lager het verbruik.

Milde hybride

Een milde hybride gebruikt een heel kleine batterij en een elektromotor met 10 à 15 pk. De verbrandingsmotor zal de auto altijd aandrijven en de elektromotor doet eigenlijk maar twee dingen: hij fungeert als een stop-/startmotor en hij geeft bij zware belasting een klein duwtje in de rug. De winst in brandstofverbruik is heel beperkt.

Full hybride

Dankzij een iets grotere batterij kan de elektromotor de auto soms alleen aandrijven, zij het niet meer dan een paar honderd meter. Deze modellen worden ook wel “zelfopladende hybrides” genoemd omdat ze hun batterij enkel kunnen opladen door te rijden en dus geen stroom uit het stopcontact kunnen halen. Full hybrides kunnen het verbruik in de stad met wel 50 procent laten dalen, maar op de snelweg verdampt hun voordeel al snel omdat de elektromotor niet krachtig genoeg is om de auto daar langdurig alleen aan te drijven.

Plug-in hybride

Een plug-in hybride onderscheidt zich door zijn veel grotere batterij van rond de 15 kWh die aan om het even welk stopcontact kan worden opgeladen. De elektromotor is sterk genoeg om de auto alleen aan te drijven tot snelheden van 120 à 130 km/u. Bovendien houdt een efficiënte plug-in hybride dat elektrisch rijden 40 tot 50 kilometer vol alvorens de verbrandingsmotor in actie moet schieten. De Mitsubishi Outlander PHEV overklast trouwens alle plug-in hybrides. Hij is namelijk geen benzinewagen die wordt ondersteund door een elektromotor, maar wel een elektrische auto die zijn benzinemotor als hulpje inschakelt. Hij rijdt dus veel vaker dan zijn rivalen zuiver elektrisch en pas bij plankgas optrekken of wanneer de batterij leeg is wordt de benzinemotor gestart. Als gevolg daarvan scoort hij op de strenge WLTP-verbruikscyclus een normverbruik van slechts 2,0 l/100 km en blijft hij onder de fiscaal belangrijke grens van de 50 g CO2/km.